17-03-08

herinneringen

Vlas-kuurne Vandaag wil ik het niet hebben over het overlijden van mijn vader.

Ik wil niet praten over het gemis, het verdriet, de pijn die ik voel, niet over het feit dat ik veel te jong ben om mijn beide ouders te moeten missen. Niet over de verschrikkelijke ziekte die beide niet overleefd hebben.Nee, ik wil het hebben over zij die mij gemaakt hebben, zij, waarvan ik een deel ben en meer en meer op hen begin te lijken. Over hoe ze waren, hoe ze in mijn geheugen en herinneringen blijven hangen, hoe fier ik ben hun zoon te mogen zijn.Moeder was de baas in huis, altijd had ze het voor het zeggen, je kon je gewoon niet voorstellen dat ze er niet was, haar wil was wet en we dachten er niet aan daar ook maar één seconde aan te twijfelen.Vader daar en tegen zei niets, zag het allemaal gebeuren en dacht er het zijne van. Wat dat was? Daar hebben we nog steeds het raden naar. Ik zie mijn vader als een standbeeld: statig, grote sterke man, vriendelijke lach of ernstige blik, in staat om stormen te doorstaan. Mijn held uit de verhalen die hij niet vertelde, maar waarvan we allen weten dat ze bestaan en waar gebeurd zijn. Met korte bondige uitspraken, kon hij de ganse meute het zwijgen opleggen, of ons verdriet en pijn in een lachen omtoveren. “pak nen haemer en sloat ol in brokken” riep hij ons toe, wanneer we een woede uitval hadden, waarop moeder snel repliceerde: “loap liever twiè touren rond den blok”.“Kom hier kgoa u eproapen!” na een valpartij gevolgd door een oorverdovend gebleid, waardoor we even snel weer glimlachten. “moei nen flêtre eine, dai weet woarom dai scrièmd?” en het was direct gedaan met wenen. Met heel weinig woorden, toonde hij, dat hij eigenlijk de chef was, alleen als het echt nodig was.Een heel trots gevoel overweldigd als ik aan hem denk als “werkmens”. Toen ik nog een tiener was, had hij er zijn carrière al opzitten en toonde hij me hoe men aan velo’s werkte, hout hakte, vijzen, boren, zagen, kloppen en slijpen.“zin kot” was dan ook een paradijs aan vijsjes, moertjes, boutjes, haakjes en nageltjes in alle maten en vormen, netjes geordend in botervlootjes in een zelf getimmerd rekje. Ah daarom smeerde hij zijn boterhammen zo dik met boter, valt me nu plots te binnen. Hij kon dan ook echt op dreef komen als je hem vroeg hoe een rollement te demonteren. En helemaal in zijn nopjes als hij zijn uitleg doorspekte met woorden uit een vergeten technisch West-Vlaams. Moeder zat ondertussen te naaien, of aan ’t koken, cake met ananas of zijden sjaals aan het schilderen of met haar zus op stap in Gent. Ze heeft me ooit een broek genaaid, ik was toen 17 en ging voor de eerste keer alleen op reis, met de rugzak door Engeland. Een fel gekleurde wijde driekwart broek met zijzakken. In een jeugdherberg in Londen vonden ze het zo een coole broek dat ze wilden weten van welke ontwerper ze was en waar ze dat konden kopen! De herinneringen zijn mooi, aan de legendarische uitstappen naar Tzeetje, D’ ardennen, met van zwampie. Aan het paaskuikentje die uitgroeide tot een haan, waar iedereen bang van was. Aan St. Colombe, de stapels fotoalbums waar we uren konden in bladeren tot we de verhalen van lang voor mijn tijd als zelf meegemaakt beschouwden. Enkel die herinneringen blijven nu nog, maar het zijn er zoveel en ze zijn zo mooi, dat het meer is dan ze ooit konden geven.

23:10 Gepost door Ome Peetie in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

En ken je ook nog diene goeien tearoom peetje waar ze ongelooflijk lekkere pannekoeken hadden!
Weet dat wij er zijn om herinneringen met jou te delen!

De albiner

Gepost door: wulder | 21-03-08

De commentaren zijn gesloten.